Zo werkt ZELF DOEN!
Met ZELF DOEN! maak je dagelijkse taken zichtbaar en help je je kind om stap voor stap zelfstandiger te worden. Op deze pagina lees je hoe je begint en hoe je de DOEN-, STAP- en HULP-kaarten gebruikt.
Begin vooral klein. Je kind hoeft niet alles meteen zelfstandig te kunnen. Door samen te oefenen en ondersteuning geleidelijk af te bouwen, krijgt je kind steeds meer grip op wat het zelf kan doen.

Drie soorten kaarten, elk met een eigen functie
ZELF DOEN! bestaat uit drie soorten kaarten die elkaar aanvullen:
DOEN-kaarten maken zichtbaar wat je kind gaat doen. Is een taak afgerond? Dan draait je kind de kaart om naar KLAAR.
STAP-kaarten helpen je kind om een taak zelfstandig aan te pakken. Ze geven houvast bij bijvoorbeeld beginnen, stappen bedenken of één ding tegelijk doen.
HULP-kaarten helpen wanneer je kind vastloopt. Ze laten zien wat je kind eerst zelf nog kan proberen en wanneer het hulp kan vragen.
Je hoeft de drie soorten kaarten niet altijd tegelijk te gebruiken. Kies wat je kind op dat moment nodig heeft.

Begin klein
Je hoeft niet meteen alle kaarten te gebruiken. Kies om te beginnen één herkenbaar moment van de dag, bijvoorbeeld de ochtend, thuiskomst of het naar bed gaan.
Kies een paar DOEN-kaarten die daarbij passen en zet ze samen met je kind in de houder. Zorg dat de taken haalbaar en duidelijk zijn.
Raakt je kind gewend aan het systeem? Dan kun je rustig meer taken toevoegen of ZELF DOEN! op andere momenten van de dag gebruiken.

Zo gebruik je de DOEN-kaarten
De DOEN-kaarten laten je kind zien wat er moet gebeuren. Kies de taken die op dat moment van toepassing zijn en zet de kaarten in een logische volgorde in de houder.
Laat je kind zoveel mogelijk zelf naar de kaarten kijken en de taken uitvoeren. Zo hoeft een volwassene niet steeds opnieuw te vertellen wat de volgende stap is.
Is een taak klaar? Draai de DOEN-kaart dan om. Op de achterkant verschijnt KLAAR. Zo ziet je kind direct wat al gedaan is en welke taken nog volgen.

Zo gebruik je de STAP-kaarten
Soms weet een kind wát het moet doen, maar is het nog lastig om een taak zelfstandig aan te pakken. De STAP-kaarten geven houvast bij het uitvoeren van een taak.
Je kind kan bijvoorbeeld eerst kijken wat er precies moet gebeuren, bedenken welke stappen nodig zijn, pakken wat het nodig heeft of beginnen met de eerste stap.
Kies alleen de STAP-kaart die op dat moment helpt. Het doel is niet om bij iedere taak alle stappen te gebruiken, maar om je kind steeds beter te leren hoe het zelf een taak kan aanpakken.

Zo gebruik je de HULP-kaarten
Wat als je kind vastloopt?
Vastlopen hoort bij leren. De HULP-kaarten helpen je kind om niet meteen te stoppen of de taak uit handen te geven, maar eerst te kijken wat het zelf nog kan proberen.
Je kind kan bijvoorbeeld nog eens kijken, iets op een andere manier proberen, eerst doen wat wel lukt, een tip vragen of vertellen wat lastig is.
Lukt het daarna nog niet? Dan kan je kind natuurlijk om hulp vragen. Zo leert het stap voor stap herkennen wanneer het zelf verder kan en wanneer ondersteuning nodig is.

Geef ruimte om het zelf te proberen
ZELF DOEN! betekent niet dat je kind alles meteen alleen moet kunnen. In het begin kun je samen naar de kaarten kijken, uitleg geven en helpen waar dat nodig is.
Probeer daarna steeds iets meer ruimte te geven. Wijs bijvoorbeeld eerst naar de kaarten voordat je vertelt wat je kind moet doen en geef je kind even de tijd om zelf verder te komen.
Wat een kind vandaag nog samen met jou doet, kan het later misschien met een kleine herinnering en uiteindelijk helemaal zelfstandig. Het doel is niet zo min mogelijk hulp geven, maar hulp geven die je kind steeds een stapje verder brengt.
Veelgestelde vragen over ZELF DOEN!
Hier vind je antwoorden op veelgestelde vragen over het gebruik van ZELF DOEN!, de verschillende kaarten en de uitbreidingsmogelijkheden.